#

TELEFOONCELLEN VAN VELP

Op zoek naar de historie van een Velpse telefooncel! Het gegeven openbare telefooncel is bijna niet meer. Sinds de introductie van de mobiele telefoon is de openbare telefooncel zo goed als uitgestorven. Een van de meest bekende in Velp was die aan de Rozendaalselaan. Deze kendde zelfs enkele metamorfoses. Wat vinden we van deze telefooncel nog terug, waar makkelijke, moeilijke, liefdevolle, treurige gesprekken hebben plaats gevonden en wellicht gebruikt is voor een oproep van een ambulance bij een ongeluk aan de Hoofdstraat. Heeft u wel eens met deze telefoon gebeld?

 

Bron; Afb. archief redactie V.C.

Voordat de redactie in de historie van de Velpse telefooncellen duikt, bekijken we eerst even de historie van de Nederlandse telefooncel en de regelgeving hieromtrend. Deze laatste was er namenlijk ook!

DE HISTORIE VAN DE TELEFOONCEL

Sinds 2008 is KPN echter niet meer wettelijk verplicht om één telefooncel op iedere vijfduizend inwoners te plaatsen. Actuele berichten duiden erop dat de telefooncel nu volledig rijp is voor het museum. Door de komst van de mobiele telefoon is het gebruik van telefooncellen sterk verminderd. In 2011 besloot KPN te stoppen met de exploitatie van telefooncellen in Nederland.

IN DEN BEGINNE

Als de gemeente in Amsterdam in 1896 het telefoonnet van de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij overneemt, moet het rijk opnieuw een vergunning verlenen. Een van de voorwaarden is dat in de stad tenminste tien spreekcellen worden geplaatst. In 1896 komt de eerste daarvan, op het Centraal Station. Het volgende jaar komen er vijf cellen bij, onder andere in de 'Grote Koopmansbeurs' en op het station Weesperpoort. De eerste straatcel wordt in 1931 op het Valeriusplein geplaatst. De ontwerper lijkt geïnspireerd te zijn geweest door de populaire felrode Engelse telefooncel. Die kleur durft men niet aan, de cel wordt dan ook in een bescheiden beige geschilderd.

Bron; web.archive.org/web/20080225191405/http://www.muscom.nl/collecties/inhoud/artikel/032.htm

          

                                                                       1.                               2.                              3.                               4.                                5.

1. Spreekcel op station, 1910, 2. Hertzcel, 1908, 3. Publieke telefooncel, 1928, 4. Amsterdam, 1931, 5. De kouwebenencel, 1931.  

         

                                                                  6.                            7.                            8.                          9.                       10.                          11.

6. Brinkman en Van der Vlugt, 1932, 7. Model '1100' cel, 1965, 8. Driekante cel, 1983, 9. Telefoonzuil, 1995, 10. 2e Type telefoonzuil, Sidonia, 1995,

11. Communicatiezuil, de Multifoon, na 2005.

Bron; www.muscom.nl/collecties/telefooncel.php

De 'kouwebenencel' In dat zelfde jaar, 1931, worden ook in Den Haag telefooncellen geplaatst. De cellen, die halve klapdeurtjes hebben krijgen al gauw de bijnaam 'kouwebenencel'. Bij het ontwerp is rekening gehouden met de verplaatsingen, als de cel niet genoeg oplevert kan hij eenvoudig ergens anders worden neergezet. De 'kouwebenencel' wordt snel populair, in 1940 telt Den Haag al 131 van deze cellen! Na de Tweede Wereldoorlog wordt de cel vervangen door de gesloten telefooncel van Brinkman en Van der Vlugt. Toch blijft deze karakteristieke cel met klapdeurtjes nog lange tijd als alarmcel met als opschrift; Brand Alarm Politie, in het Haagse straatbeeld aanwezig.

Brinkman en Van der Vlugt. In 1931 krijgt het architectenkantoor Brinkman en Van der Vlugt van PTT de opdracht een telefooncel te ontwerpen. Dat een bureau met een sterke voorkeur voor functionaliteit zo'n opdracht krijgt is op zich al merkwaardig. De Nieuwe Zakelijkheid, een stijl binnen de beeldende kunst, is in die tijd nog niet doorgedrongen tot PTT. De telefooncel die Van der Vlugt ontwerpt doet nu nog modern aan, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Engelse cellen uit dezelfde periode. Wat onmiddellijk opvalt zijn de grote ruiten. Hierdoor ontstaat het effect van 'glazen zuil', wat nog versterkt wordt door de zilvergrijze kleur. In mei 1932 wordt de eerste telefooncel van het nieuwe type op het Vreeburg in Utrecht geplaatst. Vanaf dat moment tot diep in de jaren tachtig zal deze cel het Nederlandse straatbeeld beheersen.

Vanaf 1965 verschijnt de '1100' cel. Deze telefooncel is ruimer van afmetingen en heeft volglazen ruiten. De kleur van de cellen gaat nu ook langzaam veranderen: van zilvergrijs via grijsgroen naar het bekende 'Telecomgroen'. Vandalisme; De telefooncel is altijd een mikpunt geweest voor vandalen. Al in 1933 werd een cel in Utrecht zwaar beschadigd. Na 1970 neemt het aantal vernielingen sterk toe, tijdens de viering van oud en nieuw, worden telefooncellen soms compleet opgeblazen. Na 1970 neemt ook het gebruik van de cellen af. Dat komt doordat steeds meer mensen zelf een aansluiting hebben genomen, de telefoon is nu doorgedrongen in alle lagen van de Nederlandse samenleving. Op grond van de slechte bedrijfsresultaten besluit PTT om het aantal telefooncellen drastisch te verminderen. Nieuwe cellen komen alleen op plaatsen waar ze rendabel zijn.

De driekante telefooncel. Het vandalisme is ook een aanleiding om te kijken of het niet mogelijk is een cel te ontwerpen, die minder gevoelig is voor beschadigingen. Het resultaat is de driehoekige of beter driekante cel die in 1983, en vanaf 1989 in definitieve vorm, in het straatbeeld verschijnt. Door de grote glasplaten is de cel wel gevoelig voor vandalisme. Bij vervanging van de ruiten door onbreekbare kunststoffen zoals lexaan, breekt de ruit niet maar wordt volledig uit de sponning geslagen of geschopt. De kunststoffen verkleuren bovendien en zijn niet krasvast. Voor plaatsing in overdekte ruimtes is een speciale driekante cel ontwikkeld, die gemakkelijk aan elkaar kan worden geschakeld.

Telefoonkaarten. De introductie in 1986 van de telefoonkaart in Nederland zorgt voor veranderingen binnen de telefooncellen. De aantrekkingskracht die de in de cel aanwezige munten uitoefenen op de dieven verdwijnt dan. Wie denkt dat alle vernielingen daarmee ook van de baan zijn komt bedrogen uit. In plaats van de vroegere geldbakjes worden nu door fanatieke verzamelaars van telefoonkaarten de afvalbak voor de gebruikte kaarten opengebroken!

Van telefoonzuil naar multifoon. Een nieuwe ontwikkeling wordt half jaren negentig ingezet met de introductie van de telefoonzuil van hetzelfde ontwerpbureau als de driekante telefooncel. Het is een open constructie. De zuil met een kaarttelefoontoestel is voorzien van een kap, bestaande uit een kunststof dak met ingegoten stalen versteviging en hardglazen zijruiten. In 1995 volgt een revolutionair ontwerp, een slanke telefoonzuil die al snel de bijnaam 'Sidonia' krijgt. Het basisontwerp dat in de ontwerpprijzen valt zal daarna in verschillende vormen op straat en in overdekte ruimtes verschijnen: als telefoonzuil, als bron voor reisinformatie, internetzuil, of reserveringssysteem voor hotels. Het lijkt het einde in te luiden van de gesloten telefooncel.

Door het succes van het mobiele bellen worden ook veel conventionele telefooncellen onrendabel en zal het aantal cellen waar je alleen maar kunt bellen drastisch afnemen. 

Bron; web.archive.org/web/20080225191405/http://www.muscom.nl/collecties/inhoud/artikel/032.htm

Toch worden er nog steeds telefooncellen verkocht, zie deze site; www.telefoonkap.nl/contents/nl/d1.html

Ook worden cellen als reclameobjecten gebruikt; rbltelecom.nl/sales.html

TELEFOONCELLEN VAN VELP

- Rozendaalselaan;

 

 

Bron; Foto 1, jaren 50, archief V.C., foto 2, Streetview, 2008, foto 3, redactie V.C., 2012.

- Hoofdstraat/ Parkstraat;

 Bron; Streetview, 2008.

Een nieuwe plaats van een telefooncel werd aangedragen door de heer T. Jansen. Er stond ook een cel aan de Gravin Adalaan hoek Kerkallee! Tegenwoordig dus ook niet meer. Op zoek naar de historie van een Velpse telefooncel! Het gegeven openbare telefooncel is bijna niet meer. Sinds de introductie van de mobiele telefoon is de openbare telefooncel bijna uitgestorven. Het aantal gaat terug van voorheen 20.000 stuks landelijk naar zo'n 1000 cellen over heel Nederland. Eigenlijk zijn deze openbare telefoons niet meer rendabel. Deze 1000 staan bij zorginstellingen, campings en openbare gebouwen.

   

Bron; Foto 1, de heer T. Jansen, Velp, foto 2, Streetview.