#

Laatste aanpassing 8 Juni 2014.

DE STEENFABRIEK

   

Jaren 30.

Jaren 60.

Jaren 80.

Bron; Gelders Archief.

HISTORIE STEENFABRIEKEN ALGEMEEN

Nog aan het begin van de 20ste eeuw is de veldoven het algemeen gebruikte oventype in de steenbakkerij. Een veldoven bestaat uit twee zware muren die op enige afstand evenwijdig aan elkaar staan met aan de onderkant tegenover elkaar liggende stookopeningen. Aan de buitenzijde staat tegen elke stookopening een zogenaamde stookhut. Tussen de muren worden, met uitsparing van stookkanalen, de rauwe stenen opgestapeld, waarna de boven-, tussen- en achterzijde wordt afgedekt. Als brandstof wordt steenkool gebruikt, al werd vroeger ook met turf gestookt. Het bakproces in een veldoven bedraagt acht weken. Omstreeks 1900 komt de zogenaamde ringoven in zwang, die economischer kan worden gestookt. De ringoven is een constructie waarin twee lange overwelfde en evenwijdig lopende kanalen aan beide uiteinde met elkaar verbonden zijn door een halfcirkelvormig kanaal. Het geheel vormt op die manier een doorlopende ellips. In de buitenmuur zijn op vaste afstanden poorten aangebracht waardoor de stenen in en uitgekruid kunnen worden. In een ringoven is een continu stook en bakproces mogelijk. Er staan altijd poorten open voor het in dan wel uitkruien van de rauwe of gebakken steen. Een open poort zorgt tevens voor lucht ter afkoeling voor de zojuist gebakken steen. De koele lucht die strijkt over de hete stenen wordt zo voorverwarmd en geleid over de rauwe steen. Het bakproces vindt daardoor meer geleidelijk plaats en er wordt een meer homogene kwaliteit aan baksteen verkregen. Het vuur in een ringoven gaat als het ware rond van kamer tot kamer en zorgt daarmee voor een continu proces.9 De Plasserwaard en De Maneswaard worden in 1897 resp. 1898 nog voorzien van veldovens. De Wageningse steenfabrieken gaan allen tussen 1918 en 1930 over op een ringoven. De Hoge Waard is de laatste die deze modernisering doorvoert. De vlamringoven en de zigzagringoven zijn varianten op de ringoven waarmee een beter rendement kan worden gehaald.

De eerste poging tot organisatie onder de steenovenarbeiders in Wageningen en Renkum zien we in 1902 als tijdens een staking bij Costerus te Renkum de Vereeniging van Steenbakkers en Pannenbakkersgezellen 'Eendracht Maakt Macht' wordt opgericht. De staking omvat 41 werknemers en duurt drie dagen. De staking gaat verloren, wat wil zeggen dat de aangekondigde loonsverlaging, als gevolg van de aanschaf van nieuwe machines, wordt doorgevoerd.

De vereniging leidt een sluimerend bestaan tot in 1906 de al eerder genoemde staking bij de Bovenste Polder uitbreekt. Het is deze staking die de aanleiding is tot het oprichten van de Nederlandsche Bond van Steen- en Pannenbakkers met Wageningen als zetel. Naast afdelingen in Renkum en Wageningen ontstaan in de loop van 1906 nog afdelingen in Heerewaarden, Velp en Rheden. Eind 1906 kent de bond circa 300 leden waarvan 160 te Wageningen.

Bron; www.bergopwaarts.info/05Steenovenvolk/index.html

HISTORIE VELPSE STEENFABRIEK

Langs de IJssel bij Westervoort hebben maar liefst zeven steenfabrieken gestaan. In totaal tel ik vanaf Westervoort tot Steenderen 25 steenfabrieken, waarmee gezegd kan worden dat dit gebied van de Boven-IJssel een kerngebied was in de Gelderse baksteenindustrie. In 1865 waren er in de gemeente Rheden zes steenfabrieken met 326 arbeiders en een totale productie van 12 miljoen stenen. Een gemiddelde productie van meer dan twee miljoen per fabriek behoorde tot de top in die branche. In de periode 1881-1891 werkten er 16 steenfabrieken in de regio Westervoort-Angerlo-Rheden met totaal gemiddeld 750 volwassen en 225 vrouwen en kinderen. Deze aantallen geven in ieder geval het beeld van een belangrijke tak van industrie met veel werkgelegenheid voor de arbeidende bevolking op het platteland. Hierbij moet wel worden aangetekend, dat het een seizoenbedrijf was van april tot begin oktober. Deze situatie heeft zich gehandhaafd tot na de Tweede Wereldoorlog.

Onderstaande foto is afkomstig van de heer E. Eulink.

 

DE KABELBAAN

Door een verlegging van de bedding van de rivier de IJssel werden de fabriek aan de Lathumsche Veerweg en de kleigronden van de Vlamovensteenfabriek Velp van de firma Verpoorte & Swartouw (na 1971 De Groot) van elkaar gescheiden. Met overheidssteun kon de steenfabriek door de firma Pohlig uit Keulen een kabelbaan met een lengte van 2300 m laten aanleggen. Met deze kabelbaan werden slechts zes jaar - van 1967 tot 1973 - de kipbakken met klei over de IJssel gebracht.

Wel zijn er gegevens bekend ([1], [2], [3]). De kabels waren opgehangen aan tien masten. De hoogte daarvan was doorgaans 15 meter; de hoogste mast was 21 meter hoog. Er waren 32 bakken, elk met een inhoud van 0,6 kuub. Tussen de kleiput en de kabelbaan lag smalspoor met een spoorwijdte van 700 mm. Daar  waren de bakken op onderstellen geplaatst die door een loc werden getrokken. Uit deze lijst blijkt dat er drie locs waren: een vooroorlogse Orenstein & Koppel van het type RL1a, een Ruston 48 DL en Diema 1563 (1953) van het type DS16.

 

Bron foto's; De heer T. Hildebrand.

Het ging om het vervoer van 45.000 kuub klei per jaar. Bij 250 werkdagen per jaar betekent dat 180 kuub ofwel 300 bakken per dag. Elke bak maakte dan circa tien maal per dag de reis per smalspoor en per kabelbaan.

Een zwemmer van destijds wist zich nog te herinneren dat het treintje meerdere keren tijdens het zwemmen langzaam voorbij tufte. Dan wel vol beladen dan wel leeg om weer gevuld te raken!

Onderstaande kaartfragment uit http://watwaswaar.nl geeft de situatie in 1972 weer.

 

Bron; www.industriespoor.nl/Kabelbanen.htm

Op bovenstaande foto zie je nog het eerste of laatste stuk van de kabelbaan die ooit de klei uit de Marspolder over de IJssel naar de steenfabriek bij Velp transporteerde. Het grindgat noemden wij toen het `baggergat` en is nu overwoekerd door camping De Mars van de familie Groenewoud. Toen kon je er nog komen via de baileybrug over de (nieuwe) IJssel en lag de polder in Rheden. Nu in Lathum.

Bron foto en tekst boven; De heer R. Brinkman, Soest, foto onder Gelders Archief; .

 

Na de Tweede Wereldoorlog werd de steenfabriek ingebracht in de N.V. Vlamovensteenfabriek Velp, die in 1965 overgenomen werd door de familie Verpoorte en Swartouw, die in Culemborg een steenfabriek exploiteerde. In 1971 werd ze echter met de steenfabriek te Culemborg overgenomen door Verenigde Bedrijven De Groot N.V. te Bloemendaal. In 1974 was er zelfs sprake van dat de steenfabriek gesaneerd zou worden, maar dat is niet doorgegaan, want in 1977 werd de vlamoven gesloopt en een moderne tunneloven gebouwd voor de fabricage van metselstenen. Ze was hiermee de tweede steenfabriek met een tunneloven in deze regio, alleen de Bahrsche Pol te Lathum was haar in 1976 voorgegaan.

 

Helaas kwam niet lang daarna de Nederlandse baksteenindustrie in een grote crisis te verkeren als gevolg van een stijgende overproductie. Er moest weer gesaneerd worden. Eind 1984 gaf de Verenigde Bedrijven De Groot te kennen haar baksteenproductie te willen beëindigen. Er werd reeds jaren een zodanig verlies geleden, dat daarmee de gehele groep in een verliessituatie verkeerde. Om de continuïteit van de gehele groep niet in gevaar te brengen, werd sluiting van de steenfabriek te Velp met 30 personeelsleden overwogen.

 

De directie onderhandelde over een saneringsmogelijkheid die gefinancierd zou worden uit een door de baksteenbranche te vormen fonds waardoor de sluiting ook sociaal verantwoord kon plaatshebben. In 1987 doofde De Groot’s Baksteenindustrie Velp de vuren in de tunneloven aan de Lathumse Veerweg 11 te Velp. In 1999 werd het vervallen tunnelovencomplex gekocht door Zwagerman International, die het complex wilde herinrichten.

DE WERKNEMERS VAN DE FABRIEK

Heel wat families uit Velp en Rheden hebben in de fabriek gewerkt. Dit ging vaak van vader op zoon en ook broers werkten samen bij de fabriek. Hier is nog weinig informatie over bekend.

ARBEIDERSWONINGEN, VOSSENHUIZEN

Aan het einde van de Brinkweg, de Kruishorst voorbij, staan enkele woningen. Vossenhuizen; die huizen hoorden bij de steenfabriek, en die heette VOS. Voor de middelste woning staat nog een pomp. Deze huizen zijn in 1911 gebouwd door de eigenaar van de steenfabriek. De arbeiders liepen over een jaagpad door het weiland dat via 3 bruggetjes over de sloten bij de steenfabriek uitkwam naar de fabriek. Volgens een bewoner van toen was het  in de zomer s' avonds vaak een leuke wandeling, langs boer Mol naar de IJssel en richting vos dan een klein paadje naar vossehuizen even kletsen, door Katjesbos (ketjensbos) weer terug. Met hoogwater werden de arbeiders naar de fabriek overgebracht met een roeiboot.

 

Families die hier woonden waren; De Fam. Erpeka, daarnaast de Fam. Vissers, Fam. Woerkom, Fam. Spies, Fam. Holkamp, Fam. van Toor, Fam Jacobs en de Fam. de Bruin. De huizen zijn eind 70'er jaren aan de toenmalige huurders verkocht. De familie Erpka was de laatste van de oorspronkelijke bwoners. Deze hebben hier ongeveer tot eind 1998 gewoond. De foto's onder laten de achtertuinen van de woningen zien, lang en diep.

   

DE SLUITING VAN DE FABRIEK

De steenfabriek is omstreeks 1984 gesloten. Het fabrieksterrein is sindsdien in verval geraakt en van verschillende eigenaren geweest. Er is in deze periode geen onderhoud gepleegd en veel vandalisme geweest. Door brandstichting en verval is het asbestdak van de fabriek naar beneden gevallen. In 1999 kocht de huidige eigenaar, dhr. Zwagerman het terrein met opstallen. Kort daarna heeft hij een grootschalige asbestsanering laten doorvoeren en het terrein geheel schoongemaakt. Al het aanwezige puin is verwerkt tot granulaat, zodat het weer bruikbaar is voor bijv. wegverharding.

 

Het fabriekspand is geheel leeg gemaakt en er is een nieuwe draagconstructie onder het dak aangebracht, om instortingsgevaar te voorkomen. Vervolgens brak een periode aan van overleg met de gemeente Rheden, om te komen tot een nieuw gebruik van de locatie. Foto onder; Einde Lathumseveerweg tegen het terrein van de fabriek aan staat nu een metalen wand om vervolg van de weg te beletten en de brug over te steken naar het terrein.

 

Zoeken naar een nieuwe bestemming. Dit bleek een lastige opgave, oorspronkelijk was het de bedoeling om een aantal vestigingen van de Zwagerman groep samen te brengen op deze plek. Zwagerman is actief in de sector vertikaal en horizontaal transport en beschikt over een groot scala aan zware machines, zowel weg als watergebonden. De ligging aan de IJssel en de ontsluiting rechtstreeks op de Rijksweg A348 was van grote invloed op deze keuze. Bestemmingsplantechnisch leek dit op korte termijn niet mogelijk en ook niet wenselijk. Enige advies wat resteerde was een nieuw bedrijf op te richten, passend binnen de bestemming baksteenfabriek.

Bron; www.riverstone.nl/archief/-1

Weet u iets over de Velpse steenfabriek, heeft u er gewerkt of heeft u nog foto's van toen? Laat het de redactie weten voor een nieuw artikel! Het gastenboek of mail@velpschecourant.nl

 

Bron; Foto redactie V.C., 12 juni 2012.

NOVEMBER 2013

Nu de gemeente afziet van woningbouw op de locatie resteert voor RiverStone Gebiedsontwikkeling als enige haalbare invulling een ontwikkeling binnen het vigerend bestemmingsplan voor de vestiging van beton- en steenindustrie. Daarom richt RiverStone Gebiedsontwikkeling zich vanaf nu op de herontwikkeling van het industrieterrein. Een ruimtelijk herinrichtingsplan van het terrein is binnenkort beschikbaar. De benodigde vergunningen zijn aangevraagd.

FEBR. 2014

De org. van Museum Velp trok de Velpse broeklanden in naar aanleiding van een tip van een amateurarcheoloog, dat zich ergens nog een oude kleiwagen van de voormalige steenfabriek zou bevinden. Wat bleek, ergens verborgen tussen riet en lagen klei lag het restant van dit wellicht laatste Velpse wagonnetje! De wagen werd deels vrij gemaakt voor de foto. Op een van de wanden had de roest aardig vat gekregen, de andere wand bleek gaaf. Helaas ontbrak het onderstel. Naast het wagentje lagen lange stalen balken, waarschijnlijk onderdeel van de railsconstructie. Tevens bevond zich naast het wagentje een forse rubberen koker. De functie hiervan is onduidelijk. In dit gedeelte van de uiterwaarden bleek het oorspronkelijk spoortalut nog aanwezig. Hier werden nog enige spoorbielzen aangetroffen. Foto onder het Velpse wagentje en een wagentje zoals het zou moeten zijn.

 

Bron foto rechts; www.smalspoormuseum.nl/Museum/Educatief.html

   

 

Zie ook; www.industriespoor.nl/Kipkarren.htm

 

Bron foto rechts; www.smalspoormuseum.nl/Museum/Educatief.html

 

Foto onder de voormalige spoorbaan.

Bron foto boven; www.smalspoormuseum.nl/Museum/Educatief.html

MEI 2014

Nieuws; De org. van Museum Velp trok eerder dit jaar de Velpse broeklanden in naar aanleiding van een tip van een amateurarcheoloog, dat zich ergens nog een oude kleiwagen van de voormalige steenfabriek zou bevinden. Wat bleek, ergens verborgen tussen riet en lagen klei lag het restant van dit wellicht laatste Velpse/ Rhedense wagonnetje! Natuurmonumenten blijkt eigenaar van het perceel en dus de kleiwagen. Na contact met een vertegenwoordiger van NM, en intern overleg bij NM, is er een toezegging dat de kiepwagen gered zal worden en onderdeel zal gaan uitmaken bij de voorlichting over de steenbakindustrie in en rondom Velp en Rheden. 

Bronnen;

- www.oudheidkundigekring.nl/Wandeling_Worth_Rheden.htm

- Mevrouw W. Craje.

- Mevrouw D. Spoor.

- De heer B. Groenewoud.

- De heer J. Erpka.

- De heer R. Brinkman, Soest.

www.smalspoormuseum.nl/Museum/Educatief.html

- De heer P. van der Ham, Nationaal Smalspoormuseum/Stoomtrein Valkenburgse Meer.

- De heer H. Kolkman, www.industriespoor.nl/Kabelbanen.htm

- De heer K. Plug, Nationaal Smalspoormuseum/Stoomtrein Valkenburgse Meer.

- Gelders Archief.